Posts tonen met het label cappuccino. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cappuccino. Alle posts tonen

donderdag 28 juli 2022

NAT

 

Pokkenweer! Hier en daar een bui heet dat ... vandaag meer hier dan daar. Binnen twee minuten ben ik zeiknat geregend. Regenpak heb ik thuis laten liggen. Lekker slim. Over een uur word ik verwacht bij mijn IFFR-vriendin Mina. Tijd niet gezien. Ik heb haar leren kennen op het (IFFR)Internationaal FilmFestival Rotterdam. Wij werken daar elk jaar als vrijwilliger. Kaartjes controleren en gratis veel films kijken. Daar is alleen de laatste jaren vanwege de corona niks van gekomen. Allebei zijn we dol op film. Zowel thuis als in de bios. We hebben een lunchafspraak om half een. Mina woont hooguit vijf minuten fietsen hier vandaan. Het is nu pas half twaalf. Veel te vroeg om bij haar aan te komen.

Om de tijd te doden ga ik even naar Dudok, een cappuccinootje scoren ... Volkskrantje lezen.

Godver, wat ben ik doorweekt.  Bij Dudok loop ik te soppen in mijn schoenen. Ik laat een langgerekt waterspoor achter. Van de ingang tot hier, naast m´n tafeltje. Om mijn schoenen heen ontstaat een klein vijvertje. Gelukkig is het niet koud.

´Wat had u gewenst meneer?´ vraagt de ober.

´Eh, … tsja, nou, doet u mij maar wat droge kleren, maatje 52, een paar droge zwarte schoenen, maat 46 en een cappuccino!'

'Neen  meneer, aan  kleren kan ik u helaas niet helpen; schoenen heb ik wèl maar 45 is de grootste maat die ik heb staan. De cappuccino kan ik u zo dadelijk brengen.’

Die ober heeft duidelijk gevoel voor humor.'Goed, doe alleen die cappuccino dan maar.'

Aan de grote tafel voor me, zit een stel mannen; maatkostuums, witte overhemden, stropdassen hoogstwaarschijnlijk type bestuurder groot bedrijf.  Een van staat iets te luidruchtig afscheid te nemen van zijn medebestuurders. De overige gasten van Dudok hebben er niks mee te maken dat die persoon straks voor de Shell in Nigeria gaat werken. Fijn, dat hij niet zo lang speecht. Hij vouwt het papiertje met zijn toespraak op en stopt het in de binnenzak van zijn jas. Dan doet hij vrij abrupt een stap naar voren en glijdt uit over de natte vloer.

‘Godverdegodver,’ hoor ik … zijn chique beige regenjas is van zijn kont tot aan zijn hielen zeiknat.

‘Ach,' grapt een collega, 'tegen de tijd dat je in Ghana bent aangekomen, is je jas wel weer droog.’

‘Ik ga helemaal niet naar Ghana, man, ik ga naar Nigeria, dat is nogal wat anders.......tssssj!' Hij is echt nijdig.

Er wordt uitgebreid afscheid genomen. Hem wordt succes gewenst.  Het is tijd om te gaan: hij trekt zijn koffer, een Oilily Upright, in de richting van de uitgang. Daar staat een taxichauffeur te wachten. Nog één keer draait hij zich om, zwaait naar zijn oud collega's en roept veel te protserig  gedag en verdwijnt uit beeld.

Ik kijk even in de krant of er straks nog een leuke film draait. Om vier uur vanmiddag draait in Cinerama de film ‘Elvis’. Houden we allebei wel van! Zeker weten! Gaan we daar na de lunch heen.  

Nu kan ik onderhand wel bij Mina aankomen. Gelukkig is het nu even droog.

vrijdag 17 juni 2022

Terrasje

 Theater en het normale leven zijn gedurende het jaarlijkse theaterfestival  in Avignon soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Ik zit op een terrasje. Vroeg in de middag. Het is er net zo warm als hier vandaag. Er staat een bandje te spelen .. ‘pour moi la vie va commencé’... Ik ben aan de cappuccino. Dat doe ik daar trouwens nooit meer. Ze spuiten daar gewoon ijskoude slagroom op een espressobeetje koffie, strooien er wat cacaopoeder overheen en  klaar is de cappuccino. Minder dan lauw en niet te zuipen. Maar dit even terzijde. Met de slagroom nog op mijn  lippen word ik opgeschrikt door een dame, die, zoals  opvallend veel Franse dames-alleen op een terras, uitdagend  mooi zit te zijn. Ze  zet haar zojuist leeg genipte wijnglas tamelijk stevig op de tafel en valt opeens, als door een wesp gestoken, uit naar een achter mij gezeten heer. Monsieur, het type verstrooide bankbediende, dat zich onderhand al zorgen begint te maken over zijn pensioen. Hij doet net alsof hij niks hoort en roert ogenschijnlijk geheel ontspannen in zijn ‘double café’.  De dame springt zowat uit haar vel van woede: Ze stapt op hem af, pakt hem bij zijn revers, zwiept zijn hoed van de bijna kale schedel en zegt woorden als ‘enfants’ (kinderen) en 'alimentation' (vrij vertaald: alimentatie)  waaruit ik begrijp, dat deze mensen ooit eens heel lief voor elkaar geweest moeten zijn. Het lijkt uit de hand te lopen. Een handgemeen dreigt. Er gaan zich mensen mee bemoeien; vooral de dame is door het dolle heen. Maar … uiteindelijk wordt het ruziënde tweetal, aanvankelijk nog heftig tegenstribbelend, meegetroond door leden van de band.

Monsieur krijgt een viool in zijn handen gedrukt. De Dame een klarinet en ze spelen al snel hun partijtje mee in de band, die een theatergroep blijkt te zijn. Vrolijk musicerend loopt de groep richting het volgende terras ... ‘sur le pont de Avignon …’’ De verbouwereerde terrasgangers krijgen flyers in hun handen gedrukt. Een oproep om vanmiddag te komen kijken naar het toneelstuk dat de theatergroep vanmiddag speelt