Posts tonen met het label ondoordacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ondoordacht. Alle posts tonen

donderdag 20 oktober 2022

DE HOGE DUIK.

Van mezelf zou ik absoluut niet durven zeggen dat ik een durfal ben.  Integendeel. Zo af en toe kies ik voor een moedige actie en dan opeens durf ik niet meer door te zetten.

Zo heb ik eens de moed opgevat van de hoge duikplank te duiken. Halverwege de trap naar de ‘hoge duik’ bedenk ik me: volgende keer duik ik … nu ga ik springen. Op het randje van de sterk verende duikplank lijkt ook dat niet zo’n goed idee. Ik spring toch ook maar niet. Er is wel flink wat moed voor nodig om me, blauwbekkend en  bibberend van de kou, langs de lange rij spottende, stoere jongelui naar beneden te wurmen.  Op deze laatste moedige daad kan ik allerminst trots zijn.

Vrij risicoloos spring ik daarna vanaf startnummer een, zo ver mogelijk bij de hoge duik vandaan, in het zwembad om twintig baantjes schoolslag te zwemmen.  Twintig baantjes van vijfentwintig meter. Baantjes die ik nodig heb om de onrust in mijn lijf kwijt te raken van mijn ondoordachte hoge duik avontuur. Over die twintig risicoloze baantjes doe ik gemiddeld tussen de dertig en vijfendertig minuten. Voldoende tijd om na te gaan hoe het toch komt dat ik ineens zo lafhartig besluit om niet te springen …..waar ben ik ineens zo  bang voor…… wat is het ergste dat me kan gebeuren?

Ik ben bang dat me onderweg de adem wordt benomen door de snelheid waarmee ik van de hoge duik in het water plons. Of dat ik te lang onder water blijf, dat ik verdrink. Misschien knal ik bovenop iemand, die toevallig net op de plek zwemt waar ik het water terecht kom, waardoor ik en die andere zwemmer gewond raken. Ook kan ik hard met mijn kop op de bodem van het zwembad terecht kunnen komen waardoor ik buiten westen raak of mijn nek breek. Ik wil er niet aan denken dat ik me mijn leven lang in een rolstoel moet voortbewegen.

Zo rustig en tevreden min baantjes zwemmend, krijg ik er een steeds beter gevoel over dat ik toch maar besloten heb om noch te springen noch te duiken van de hoge duik. Waarom is het eigenlijk nodig om van drie meter hoogte in dat water te springen?  Het water spat er alleen maar hoog van op. Er ontstaat een irritant hogere golfslag en iedere zwemmer moet met een boog om de plek heen waar duikers of springers in het water plonzen. Afschaffen die hoge-duik, dat onding….bedenk ik me als ik met baantje dertien bezig ben. Vlakbij me springt, luid lachend, een kind van de rand van het zwembad … boven op mijn rug. Hij wilde een bommetje maken, zegt hij later. Hij excuseert zich, dat hij niet goed heeft uitgekeken.

Met moeite hijs ik me uit het water …..gekneusde ribben, voel ik. Tja,  in een zwembad zit een ongeluk in een klein hoekje.    

maandag 22 augustus 2022

TE GOEDER TROUW.

Tinus:

Ben jij eigenlijk wel te goeder trouw, hè?  Eerlijk gezegd betwijfel ik dat sterk.

Rinus:

Neen heus, beste man, heus, dáár hoeft u echt niet aan te twijfelen. Als er hier werkelijk  iemand te goeder trouw is, dan  ben ìk dat wel.

Tinus:

Ha! Hahahaha! Dat kan iedereen wel zeggen van zichzelf. Maar dat heeft natuurlijk geen enkele bewijskracht. Toch?

Rinus:

Als ik bij mijn oma op bezoek ben en zij gaat, helaas, noodgedwongen naar de toilet, dan neem ìk niet stiekem wat speculaasjes uit haar koektrommel, oh nee, ik zou het waarachtig niet durven en als ik het wel zou durven: dan zou ik het dus gewoon niet doen. Zo ben ik niet! Ik ben immers te goeder trouw!

Tinus:

Bewijs?? Jaaahaaaa, bewijs het maar eens; dat ken je  niet, hè? Dus ik mag aannemen, beste man,  dat, ook al sta  je moederziel alleen in een juwelierszaak … geen verkoper te zien … geen camerabeveiliging … nog steeds te goeder trouw dan zeker, hè?

Rinus:

Nog steeds te goeder trouw. Ik zweer het. Het komt niet in me op mijn zakken hier te vullen. Zo zit ik niet in mekaar, hoort u, zo zit ik absoluut niet in mekaar. Het zou me wel heel bijzonder van ú tegenvallen als ú in deze kwestie niet te goeder trouw zou blijken te zijn en er bijvoorbeeld zomaar vandoor zou gaan met een flinke hand kostbaarheden. Zou u dat werkelijk doen of maak ik hier een fatale denkfout ten aanzien van uw mogelijke gedragingen in een onbemande, onbeveiligde juwelierszaak.

Tinus:

Wel zeker dubbel en dwars, wel zeker zou ik dat doen. En niet slechts één maar wel twee van deze grote handen vol zou ik meenemen.

Rinus:

Ohhh, wat valt me dàt vreselijk van u tegen, meneer. Weet u, weet u? U stònd alleen in die winkel. Maar … als bijvoorbeeld iemand als ik ook in die winkel zou staan, zou ik u zonder enig pardon bij de lurven vatten grijpen en bij het politiebureau afleveren. Zo! Kom nu even!. Ik laat toch niet zo’n noest arbeidende juwelier van zijn handel  beroven en al helemaal niet door zo’n te kwader trouw mens als u willens en wetens bent. Neemt u me niet kwalijk, zeg.

Tinus:

Niet kwalijk … niet kwalijk … ik neem dit je honderd procent kwalijk! Je trekt nu wel heel halsstarrig van leer. Waarom heb je mij niet uit laten spreken in dezen. De juwelier krijgt binnen het uur van mijzelf, in hoogsteigen persoon, te horen dat ik twee handen juwelen heb kunnen meenemen, door ‘s mans eigen nalatigheid. Meneer is namelijk zelf niet in zijn zaak aanwezig.

‘Houd de politie er buiten, juwelier,’ zeg ik hem, ’dan kom ik u vandaag nog al de juwelen weer terugbezorgen, meneer de slordige, onvoorzichtige, ondoordachte juwelier. Een gewaarschuwd man telt immers voor twee. U dacht misschien met een dief te maken hebben gehad, meneer de juwelier. Maar die gedachte was dus niet juist. Hoewel misschien  toch ook weer wel. U zult mij uw hele leven blijven herinneren als de dief, die te goeder trouw was, beter nog:  te beter trouw!' 

Rinus: 

Maar vertel me nu eens oprecht, beste man,  die juwelen, die ik laatst voor heel veel  geld en, jawel, te goeder trouw van u kocht, om mijn lieve vrouwtje mee te verblijden. Zegt u mij eens eerlijk, hè … dat waren toch zeker te goeder trouw gestolen sieraden?

Tinus:

Ik zou haast zeggen……nee, ik zeg het je gewoon: ‘Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten.  Zo, steek die maar in je zak. Als je  die tenminste hebt.'