Posts tonen met het label tweedehands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tweedehands. Alle posts tonen

dinsdag 26 juli 2022

TROUW FIETSJE ...

Na de uitvaart van Els ben ik om  kwart voor twaalf weer thuis , in het altijd zo feeërieke Prinsenland. Ik ben nog behoorlijk verward. Wezenloos zo’n afscheid van een geliefde.  Zin om te eten heb ik niet. Die plak uitvaart-cake zit verstopt mijn strot nog.  

Normaal gesproken was ik op de fiets naar Els gegaan maar het regende vanmorgen vroeg dus sprong ik op de metro en later op tram 7.  Ik had te weinig beweging gehad, dus ik besloot een paar uurtjes te gaan fietsen. Zo gezegd, zo gedaan (bluhhh wat een cliché). Dus ik spring op de fiets.

Nog geen vijf minuten ben ik van huis of mijn ketting pleurt er af. Tien minuten ben ik aan het klooien om die ketting weer op zijn (of haar) plaats te krijgen. Mijn handen zijn smerig en pikzwart. Dat zwart zit, nu ik dit zit te tikken, nog steeds onder mijn nagels. In mijn hele huis is geen nagelborsteltje te vinden. Dan morgen maar naar Kruidvat en dan borstelen. Goed, de ketting zit er dus weer op … fietsen dus. Ik stap op de fiets en ja, echt waar, de ketting rot er weer af.

Er zit niks anders op dan met de fiets aan de hand naar huis te lopen. Met die gore zwarte handen aan mijn schone handvaten (de handvaten willen dat helemaal niet!). Onder weg probeer ik met een paar plukken gras de ergste smerigheid van mijn handen te poetsen. Dat lukt amper. Ik ben d’r niet zo tevreden over.(De handvaten wel.)   

Vijf minuten fietsen is twintig minuten lopen. Ik ben nu bijna thuis. Mijn buurman Cor staat zijn auto te poetsen. Ik vraag hem naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker, want hij heeft behalve die auto ook nog een fiets. Hij weet een fietsenmaker. Tegenover de Lidl. GVD! Dat is twee minuten van waar mijn ketting eraf vloog. Kan ik weer twintig minuten terùg  gaan lopen … klote … maar goed  voor mijn conditie. Dat wel.

‘Ik hoop dat u mijn fiets kunt repareren,’ zeg ik tegen de fietsenmaker. Ik vrees het ergste. ‘Ik zal de fiets eerst even ophangen.’ (Mijn fietsje  schrikt zich dood. ‘Rustig maar’ mompel ik, ‘komt goed.’) De fietsenmaker hangt de fiets op aan twee haken. Een van voren en een van achteren. Hij kijkt er twee minuten naar: ‘Nieuw wiel, nieuwe as, nieuwe remmen, dat gaat u ongeveer vierhonderd euro kosten. Ik zal u eerlijk zeggen dat ie dat niet meer waard is. U kunt uw geld beter investeren in een andere fiets.’

’Ik dacht dat ik door de grond zakte.  Onderweg naar huis ben ik helemaal confuus … ik ben alleen, niemand om mee te praten. Ik praat hardop in mezelf…  tegen mijn fietsje:  ‘ruim twaalf jaar heb ik met jou  … mijn ouwe trouwe fietsje,  met eenentwintig versnellingen … samen heel Europa doorgefietst … wat zal ik je missen. Sorry, ik zet je in de berging achter die logge reservefiets, met die terugtraprem en zonder versnellingen; jou zal ik nooit vergeten. Die ongemakkelijke fiets zal ik voorlopig moeten gebruiken, tot ik een nieuwe gevonden heb. Ik schaam me de ogen uit mijn hoofd dat ik af en toe denk aan een e-bike, terwijl ik die dingen vervloek.  Het zou ook een tweedehands mountainbike kunnen worden. Stop thinking! Het verlies van jou is nog te vers om bezig te zijn met een vervanger.’

 

maandag 21 maart 2022

AANKOMEND TALENT

Volgende maand ga ik, met mijn buurman Daan, vijf keer naar het Isala Theater in Capelle aan den IJssel om naar beginnende cabaretiers te kijken. Het is een aanbieding van het Isala: vijf voorstellingen voor vijftig euro. Normaal betaal je voor één optreden tweeëntwintig vijftig. Best aardig voordeel. We gaan naar Nabil, Lisa Oosterman, André Manuel (die al redelijk bekend is), Pieter Jouke en Johan Goossens. Behalve André Manuel zeggen die namen natuurlijk helemaal niks, want het zijn beginnende cabaretiers. Het zou leuk zijn als er één van die vijf over een paar jaar uitverkochte grote zalen gaat trekken: het Nieuwe Luxor, Carré of …  als  één van deze vijf over een jaar of tien de oudejaarsconférence op tv mag doen.

Één cabaretier die nú heel bekend is, heb ik in de seventies als aankomend talent gezien. Ik woon en studeer dan in Utrecht.  Ik zit op de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. Met een paar klasgenoten loop ik in het weekend in het centrum. In de buurt van het Janskerkhof is een podium.  Als wij langs lopen treedt er een jongeman op die Bob Dylan-liedjes in een Nederlandse vertaling zingt. Hij doet ‘blowen in de wind’ en ‘als een zwerver’ …  klinkt best goed. Maar hij is niet degene die later de bekende Nederlander zal worden.  Er is op dat moment nog niet zo veel publiek. Wij gaan even op het nabije terrasje een biertje drinken. Tegelijk houden we het podium in de gaten;  we willen niets missen.

Er volgt nu een optreden van een buikspreker, altijd grappig. Deze artiest zit met zijn arm in een pop die sprekend lijkt op  Joop den Uijl, op dat moment de politiek leider van de PvdA. De buikspreker, die een ultra rechtse VVD’er speelt, imiteert de stem van Joop den Uijl perfect. Joops stopwoordjes: ‘van twee dingen één’ , ‘om kort te gaan’, ‘uh’ en ‘als ik heel eerlijk ben’, lardeert hij heel vindingrijk door zijn act. De buikspreker drijft zijn Joop-pop bijna tot waanzin door opmerkingen over ‘luie overbetaalde arbeiders’ en ’te hoge vennootschap belasting’.  Op een gegeven moment duikt Joop den Uijl woedend, in grote snelheid, met zijn hoofd in het kruis van de buikspreker, die het uitgilt van de pijn. Het publiek kan de act wel waarderen.  Wij ook wel maar voor ons is buikspreken een soort tweedehands tak van sport, hoe gewiekst deze man ook bezig is.

Een beginnend cabaretier doet het volgende optreden.  In een record tempo, alsof hij de olympische finale van de honderd meter loopt. Met superieure acrobatische bewegelijkheid en een grotere grapdichtheid dan wij ooit eerder hadden ervaren. Continu loopt hij zichzelf te bekritiseren: ‘ik word helemaal gek van mezelf’, ‘voor mij hoeft het niet,’ ‘ik word toch zo moe van mezelf’ ...   steeds meer mensen blijven staan kijken. Wij gaan daar ook heen.  Niemand kent hem. Hij is onweerstaanbaar. Het publiek ligt in een deuk .. en is doodop van hem.

Leuk, dat ik hem, ruim veertig jaar geleden, als aankomend talent zag. Iedereen kent hem nu. Bert Visscher.