Posts tonen met het label vluchtstrook. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vluchtstrook. Alle posts tonen

dinsdag 2 augustus 2022

GEERT EET NIET MEE

 

 ‘Geert? Ken ik die? Is dat die homo?’

‘Nee, ik denk het niet. Ik denk eerder dat hij pedo is.’

‘Ja, daar heb ik eerlijk gezegd ook zo’n vermoeden van … en dan is het volgens mij ook nog zo’n type dat alleen op kleine jongetjes valt  … hij is tenslotte niet voor niks bij de padvinderij … of zitten daar tegenwoordig ook meisjes bij?’

‘Dat weet ik niet, hoor. Geert is gewoon een  aardige vent en ik heb nog nooit een kwaad over hem gehoord... behalve nu dan.’

‘Oh nee. ik geloof ook niet dat hij ooit een klein onschuldig mannetje zal lastig vallen. Het  is een schat van een man.  Hij eet dadelijk met ons mee.’

Geert is ziek. Angst voor harde geluiden. Daar gaat hij van hyperventileren … hij is gauw moe … geen energie. Het is hem ook aan te zien. Zijn gezicht is wat opgeblazen, van de medicijnen … hij heeft flinke wallen onder zijn ogen. Zelf denkt Geert dat het komt doordat hij al die jaren veel te hard gewerkt heeft.

Maar er speelt meer … Geert ergert zich al jaren aan collega Coenraad. Die wipt regelmatig op de afdeling langs. Hij komt dan op luide toon de afdeling vermaken. Dan wordt Geert  heel licht in zijn hoofd. Hij wordt moe, krijgt het benauwd,  gaat hyperventileren … dan moet hij weg…meestal gaat hij dan een stukje lopen, in het parkje vlakbij de zaak ... langzaam zakt het een beetje.

Geert zit met zijn ex Leonie en Coenraad in zijn auto. Ze zijn op weg naar huis. Op een druk, lawaaierig verkeersknooppuntpunt … en weer is daar dat gevoel. Hij moet zijn auto op de vluchtstrook zetten, omdat ie het benauwd krijgt, hyperventilatie dreigt … en dan is het beter om niet te rijden.

Het is al te eenvoudig om te concluderen dat Geert onwel wordt van de drukte en het lawaai van het verkeersknooppunt. Deze plek doet het. Altijd slaan benauwdheid en hyperventileren toe nabij het knooppunt Zwijndrecht. Die plek moet hij mijden. Dat kan ook makkelijk. Maar hij doet het niet. Diep onverwerkt verdriet van Geert komt in deze omgeving naar boven. Hier zei zijn vrouw, dat ze van hem af wou … drie maanden na de huwelijksvoltrekking nota bene. Binnen een week al trekt zij in bij Coenraad  nota bene… in zijn huisje in Zwijndrecht. De oplossing die hier het meest voor de hand ligt is: stop met Leonie en Coenraad naar huis te brengen … waarom doet hij dat nog?

De meest helende oplossing voor Geert is misschien wel het duo ergens halverwege Schiedam en Zwijndrecht de auto uitgooien en ze achterlaten op de vluchtstrook. In bittere kou of zware slagregens:  'Zorg vanaf nu maar zelf voor je woon-werkverkeer! Coenraad en Leonie, aju!

Geert durft deze rigoureuze oplossing niet aan. Zo is hij niet. Nog steeds rijdt het tweetal met hem mee.

Geert eet vanavond toch niet mee: last van zijn hoofd, chronische vermoeidheid en hyperventilatie. 

dinsdag 10 mei 2022

EEN ZEER KORTE VAKANTIE

 

Het theaterfestival in Avignon (Frankrijk) is deze vakantie mijn bestemming. Ik stel me er veel van voor maar ben na twee dagen al weer thuis.

Met mijn Mazda 363, die wel 160 kan, durf ik niet harder dan 80 à 90 km per uur over de Franse snelweg te rijden. Andere  auto’s razen me voorbij. Sommige zien me laat, soms bijna te laat. Zeker als ik rond de 80 rijd. Op de valreep kunnen ze dan nog uitwijken. Ik val zelfs terug tot 70 km per uur. Er wordt volop getoeterd, soms met gierende banden geremd …  woedende dikke vingers ... Ik hoop maar niet dat er een in volle vaart tegen me aan knalt. 

Het is half zeven in de ochtend . Zeker 500 meter achter me nadert een busje, een soort Ford Transit, dat gaat hard,  het komt snel naderbij. Dat kan nooit goed gaan. Remmen kàn ik nu natuurlijk niet. Zal ik naar de vluchtstrook gaan? Dat helpt ook niet meer. Ik bereid me al voor op een vreselijke knal ….hoor de auto remmen. De Ford schiet me voorbij op twee wielen; en slaat enkele malen over de kop. Ik blokkeer volledig. Zet mijn Mazda op de vluchtstrook. Het busje ligt daar op zijn zijkant tegen de vangrail. Ik ben lamgeslagen. De motor van de Ford rookt..  Ik kan mijn ogen niet afhouden van het busje. Er gebeurt niks. Ik zie geen enkele beweging in, op of naast het busje … een paar minuten … helemaal niks.

Dit is mijn schuld. Misschien zijn er mensen dood of zwaar gewond.

Er razen geen auto’s meer langs.

Politie is er snel bij.

Nog steeds geen enkele beweging. Nu … ja, een deur gaat open naar boven. Een jonge blonde vrouw met bebloed hoofd worstelt zich uit de auto. Nòg drie jonge mannen in spijkerbroek, t-shirt, zijn nu uit de auto; lopen wat moeilijk; geen bloed. Vliegensvlug wordt water over de rokende motor gegooid.

Ik tril, ben in shock. 

Een politieman maant me door te rijden. Ik doe het niet. Ik durf niet. De politie regelt een takelwagen voor me. Ik word, zittend in de Mazda weggesleept. Bij de eerste hulppost in een dorpje langs de route national word ik met mijn auto gedropt. Ik moet het vanaf hier maar zelf  uitzoeken.

Ik hoor nooit meer wat over het busje en de inzittenden.

De Mazda heeft geen schade. Ik ook niet. Uiterlijk althans.

Hoe kom ik terug  in Rotterdam? Ik zit er 1000 km vanaf. Rijden gaat echt niet meer.

Bel mijn verzekeringsmaatschappij. Om een chauffeur. Ik moet later terugbellen.

Bij de hulppost raak in gesprek met een viertal Amsterdammers met autopech. Ze zijn op terugreis. Hun auto is te zwak voor 4 personen. Drie is te doen. De vierde vindt het geen probleem om mij en de Mazda naar Rotterdam-Delfshaven te rijden. 

Sindsdien rijd ik met mijn auto uitsluitend nog in de stad. 50 km per uur is al hard genoeg.