Begin maart is de Eyndeloos-playback-show weer. Ik ga meedoen…..,,,, bewoners en werkers kunnen meedoen . Boekhouden is mijn werk, in verpleeg- en verzorgingshuis de muziek en zang van internet geplukt Eyndeloos. Wat ik ga playbacken? ‘Mexico’ van de de Zangeres ZonderNaam . De muziek en zang heb ik van internet geplukt….. heb het nummer een paar keer beluisterd…..de tekst uitgeschreven…… ……………moest erg lachen in mezelf…..ik zag me al opkomen gezeten in een rolstoel; met zwarte krulletjespruik; geduwd door meneertje Kaart………. ‘mijn cabalero’…..mijn geliefde in het lied. Het zal wel nog een hele toer worden om al die woorden uit mijn hoofd te leren….nog 24 dagen. Dusssss………
Vorig jaar was dolle pret……ik deed ‘Mama’ van Heintje, in een te korte broek …door bretels te strak in het kruis getrokken………heel hoog opgetrokken zwarte kousen….en als het maar enigszins kan: likkend aan een superlolly; de andere deelnemers vinden mij de favoriet………ik ben het er niet mee eens…..ik wordt vijfde ….terecht even terecht als ‘Sister Act’ de eerste prijs wint……de verpleegsters van de peegee (afdeling psycho-geriatrie) voeren een perfecte dansact op in kleurrijke zelfgemaakte sexy jurkjes….hun synchroniciteit is uitzonderlijk.
Op die avond vertelde meneertje Kaart (78 jaar….. 1 meter 60 lang…. en enigszins zwakbegaafd)het fraaie verhaal, dat hij de groep (van Eyndeloos) waarmee hij vorig jaar op bezoek was in Parijs kwijtraakt. Een welwillende Franse politieagente helpt hem met de terugreis naar Nederland. Ze zet hem op de Hogesnelheidstrein naar Rotterdam. Meneer Kaart heeft lekker gegeten, gedronken en zit al lang en breed voor zijn favoriete televisieprogramma ‘Man zoek hond’ als de anderen van zijn groep bij Eyndeloos afgemaat aankomen na een busreis van 6 uur. Kaart is inmiddels weer zo fris als een hoentje.
Elke woensdag komt deze heer Kaart 25 euro bij me ophalen. Zakgeld voor een week. Op het gebied van geld is heer Kaart buitengewoon alert. Als ik er niet aan denk om hem te laten tekenen voor ontvangst van zijn wekelijkse zakgeld, schroomt hij niet om mij daar op attent te maken……………..en als ik hem per ongeluk wat te weinig geef…of te veel geef….kijkt hij me aan of hij wil zeggen ‘je denkt toch zeker niet dat ik gek ben.
Zo leuk heb ik het ervaren om gekleed en geschminkt te worden als de Zangeres Zonder Naam; mijn pruik heeft glimmende zwarte krullen precies zo als Mary Servaas ze had….….het idee van borsten wordt gesuggereerd door in een bh die ik om heb, aan elke kant twee paar geitenwollen sokken te stoppen….het zal zeker niet alleen door die borsten zijn……de Zangeres Zonder Naam wordt tweede. Dat laatste doet me niet zo veel. Wat mij veel goed doet is te zien dat het publiek, met name bestaande uit bewoners van het verzorgingshuis en verpleeghuis (sommigen in hun bed naar de recreatiezaal gereden) zo’’n lol hebben en lekker meezingen.
Daarom volgend jaar weer……... met een onsje meer macho dan: ‘Bruce Springsteen’.
verhalen, anekdotes; elke gelijkenis met bestaande personen of situaties is puur toevallig
Posts tonen met het label verzorgingshuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verzorgingshuis. Alle posts tonen
maandag 23 november 2009
Playback
Labels:
bh,
opmaken,
playback,
pruik,
schminken,
verpleeghuis,
verzorgingshuis
dinsdag 25 augustus 2009
Een passende baan
Sedert 1995 reist Johan elke werkdag per trein heen en weer tussen zijn woonplaats Enschede en Rotterdam, waar hij directeur is van het NIMEZOF, een zorginstelling voor niet-meer-zo-frisse ouderen. Wie Johan, letterlijk en figuurlijk een dikke vijftiger, van huis ziet gaan met de zwarte gleufhoed op het welvarende rode hoofd met strak getrimd baardje, de statige lakense jas, de glimmend gepoetste zwarte schoenen, de attachékoffer en de laptop, kan al licht de indruk krijgen dat hij directeur is van een instelling waar jaarlijks vele miljoenen omgaan. Bij de organisatie, die hij zeven jaar geleden op de rails heeft gezet, werken, tien man, zoals Johan het noemt, ofwel: negen vrouwen en hijzelf.
Reizen doet hij altijd eerste klas, zodat in alle rust gewerkt kan worden met de laptop op schoot. Die tijd in de trein heeft Johan hard nodig: hij bedenkt daar de plannen en strategieën. Bij overeenstemming in het managementteam, bestaande uit hemzelf en de coördinator zorg, is er niets aan de hand. Maar komt er in het managementoverleg kritiek, dan schorst Johan de vergadering onmiddellijk, omdat hij nu eenmaal niet in staat is adequaat te reageren. Eerst de trein in en met de laptop op schoot de bekritiseerde beleidsnotitie bijstellen.
Nu staat op zijn computerscherm al enkele dagen het trefwoord ‘schoolzwemmen’ te knipperen. Gesprekken in de enige wandelgang die het NIMEZOF rijk is, leveren zo nu en dan best eens iets aardigs op, zoals dat flitsende idee om niet-meer-zo-frisse ouderen in te schakelen in de laagste klassen van de basisschool en dan met name bij het zwemonderricht.
“Ja, ja, ja… interessant,” reageerde Johan, met lichte hoofdschuddende beweginkjes, “zet dat voor ons overleg van morgen maar even op papier als je wilt, dan kunnen we er misschien wat dieper op in gaan.” Vervolgens snelde hij naar zijn kamer, kroop direct achter zijn pc en tikte het woord ‘zwemlessen’ in, om over na te denken straks in de intercity naar Enschede.
Johan ziet zichzelf als een helder scribent en een begenadigd spreker. De realiteit is echter volslagen anders. De NIMEZOF-medewerker is het spoor meestal volledig bijster na het lezen van twee, hooguit drie volzinnen uit willekeurig welke beleidsnotitie van zijn hand dan ook. Vers van de pers verdwijnen zijn stukken alweer in de papierbak. De hilariteit bij zijn medewerkers over zijn notities vertaalt Johan als signalen van een goede werksfeer en open communicatie binnen de organisatie.
Nu kan een beleidsnotitie in de vuilnisbak gegooid worden, dat gaat echter niet met Johans onbegrijpelijke, soms onverstaanbare en altijd veel te lange inleidingen. Met de blik op nul en het verstand op oneindig kan zo’n verhaal, zij het met moeite, uitgezeten worden. Toch gebeurt het niet zelden dat een ingedommelde toehoorder wakker schrikt van zijn of haar eigen gesnurk. Jammer is dat, want op zich is het werkveld van ‘de niet-meer-zo-frisse oudere’ ontzettend levendig, interessant en allesbehalve slaapverwekkend. Helaas is Johan er nog niet in geslaagd een vonkje enthousiasme over te brengen. De chemie heeft ook steeds ontbroken tussen Johan en de anderen binnen het NIMEZOF, hoe hij ook zijn best heeft gedaan.
Veel krediet verspeelde Johan bij het team met zijn pertinente weigering om aan het bestuur het ‘bubbelproject’ voor te leggen. Dit bruisende plan voorziet in de verlevendiging van de entreehal van Verzorgingscentrum De Steunkous. Centraal in dat plan staat een groot bubbelbad voor niet-meer-zo-frisse ouderen, dat, indien de financiën het toelaten, zal worden uitgebreid met een superglijbaan van vijfenzeventig a tachtig meter. Johan vindt het idee ‘getuigen van een verregaande mate van smakeloosheid’.
De van overheidswege verordonneerde centralisatie betekent het verlossende einde voor het alsmaar stroever functionerende NIMEZOF. Het niet-meer-zo-frisse ouderenwerk is inmiddels overgenomen door de grootstedelijk organisatie de Wip. Voor negen van de tien medewerkers verandert er door deze overname niets in hun werk en inkomen. Maar voor Johan ligt dat problematischer want zijn functie verdwijnt en op de vacature ‘directeur’ van de Wip hoeft hij sowieso niet te reageren want hij voldoet bij lange na niet aan het geschetste profiel. In eerste instantie is Johan de fulltime baan ‘Beheerder Bubbelbad Steunkous’ aangeboden maar daar kan hij, zeer begrijpelijk overigens, absoluut de motivatie niet voor opbrengen. Personeelszaken is bereid flink in Johan te investeren teneinde een passende baan voor hem te vinden; zolang die niet gevonden is kan hij, met behoud van salaris, voor minimaal 15 uur per week, aan de slag als ‘begeleider niet-meer-zo-frisse schoolzwemouderen’.
Reizen doet hij altijd eerste klas, zodat in alle rust gewerkt kan worden met de laptop op schoot. Die tijd in de trein heeft Johan hard nodig: hij bedenkt daar de plannen en strategieën. Bij overeenstemming in het managementteam, bestaande uit hemzelf en de coördinator zorg, is er niets aan de hand. Maar komt er in het managementoverleg kritiek, dan schorst Johan de vergadering onmiddellijk, omdat hij nu eenmaal niet in staat is adequaat te reageren. Eerst de trein in en met de laptop op schoot de bekritiseerde beleidsnotitie bijstellen.
Nu staat op zijn computerscherm al enkele dagen het trefwoord ‘schoolzwemmen’ te knipperen. Gesprekken in de enige wandelgang die het NIMEZOF rijk is, leveren zo nu en dan best eens iets aardigs op, zoals dat flitsende idee om niet-meer-zo-frisse ouderen in te schakelen in de laagste klassen van de basisschool en dan met name bij het zwemonderricht.
“Ja, ja, ja… interessant,” reageerde Johan, met lichte hoofdschuddende beweginkjes, “zet dat voor ons overleg van morgen maar even op papier als je wilt, dan kunnen we er misschien wat dieper op in gaan.” Vervolgens snelde hij naar zijn kamer, kroop direct achter zijn pc en tikte het woord ‘zwemlessen’ in, om over na te denken straks in de intercity naar Enschede.
Johan ziet zichzelf als een helder scribent en een begenadigd spreker. De realiteit is echter volslagen anders. De NIMEZOF-medewerker is het spoor meestal volledig bijster na het lezen van twee, hooguit drie volzinnen uit willekeurig welke beleidsnotitie van zijn hand dan ook. Vers van de pers verdwijnen zijn stukken alweer in de papierbak. De hilariteit bij zijn medewerkers over zijn notities vertaalt Johan als signalen van een goede werksfeer en open communicatie binnen de organisatie.
Nu kan een beleidsnotitie in de vuilnisbak gegooid worden, dat gaat echter niet met Johans onbegrijpelijke, soms onverstaanbare en altijd veel te lange inleidingen. Met de blik op nul en het verstand op oneindig kan zo’n verhaal, zij het met moeite, uitgezeten worden. Toch gebeurt het niet zelden dat een ingedommelde toehoorder wakker schrikt van zijn of haar eigen gesnurk. Jammer is dat, want op zich is het werkveld van ‘de niet-meer-zo-frisse oudere’ ontzettend levendig, interessant en allesbehalve slaapverwekkend. Helaas is Johan er nog niet in geslaagd een vonkje enthousiasme over te brengen. De chemie heeft ook steeds ontbroken tussen Johan en de anderen binnen het NIMEZOF, hoe hij ook zijn best heeft gedaan.
Veel krediet verspeelde Johan bij het team met zijn pertinente weigering om aan het bestuur het ‘bubbelproject’ voor te leggen. Dit bruisende plan voorziet in de verlevendiging van de entreehal van Verzorgingscentrum De Steunkous. Centraal in dat plan staat een groot bubbelbad voor niet-meer-zo-frisse ouderen, dat, indien de financiën het toelaten, zal worden uitgebreid met een superglijbaan van vijfenzeventig a tachtig meter. Johan vindt het idee ‘getuigen van een verregaande mate van smakeloosheid’.
De van overheidswege verordonneerde centralisatie betekent het verlossende einde voor het alsmaar stroever functionerende NIMEZOF. Het niet-meer-zo-frisse ouderenwerk is inmiddels overgenomen door de grootstedelijk organisatie de Wip. Voor negen van de tien medewerkers verandert er door deze overname niets in hun werk en inkomen. Maar voor Johan ligt dat problematischer want zijn functie verdwijnt en op de vacature ‘directeur’ van de Wip hoeft hij sowieso niet te reageren want hij voldoet bij lange na niet aan het geschetste profiel. In eerste instantie is Johan de fulltime baan ‘Beheerder Bubbelbad Steunkous’ aangeboden maar daar kan hij, zeer begrijpelijk overigens, absoluut de motivatie niet voor opbrengen. Personeelszaken is bereid flink in Johan te investeren teneinde een passende baan voor hem te vinden; zolang die niet gevonden is kan hij, met behoud van salaris, voor minimaal 15 uur per week, aan de slag als ‘begeleider niet-meer-zo-frisse schoolzwemouderen’.
Abonneren op:
Posts (Atom)