dinsdag 30 november 2010

Pekel tekort

Glibberig is de weg van huis naar het metrostation. Ik ga naar een cursus.  Er waait een gemeen rottig windje door de bomen.
Wat is de winter vroeg dit jaar, zeg! Daarnet In mijn huis zelfs waaide de wind; ondanks het pas aangebrachte dubbel glas. Sinterklaas en Pieterman zullen er niet bepaald blij mee zijn. Ik vraag me zelfs af of de goede Sint er überhaupt nog wel zin in heeft om hier in Rotterdam te kom. Hij moet zich:
1. al een ongeluk zoeken naar schoorstenen en 
2. nu hij het weer zo lelijk vindt,  is er voor hem helemaal geen lol meer aan.

Goed, ik ben dus op weg naar het metrostation. De eerste kilometer moet ik wel lopen.  Veel te glad om te fietsen. Pekel strooien in de kleine straatjes van Rotterdam is te duur geworden. De uitgaven van deze gemeente moeten omlaag. Dus wordt er  minder gestrooid.  
Bedroefd zit Burgemeester Aboutaleb op een pallet met zakken pekel; hij schudt droevig met zijn hoofd, zijn ambtsketen maakt daardoor wel weer  leuke kleine klingel-klangel-tingel-tangel-geluidjes.
Aboutaleb mompelt dan in zichelf: ‘Hoe kan Sint nu in deze donkere nachten rijden op zijn paardje?  Oh zo snel? In al die kleine gladde rotstraatjes?’
‘Met tachtig zakken pekel kan ik mijn hele stad nooit sneeuwvrij maken. Daar heb ik er zeker driehonderd voor nodig…….en…….wat als het nòg meer gaat sneeuwen, dan heb ik maar liefst  zeshonderd zakken pekel nodig en als…………..’    ach heden……..nu begint Abou toch zo onbedaarlijk te huilen en hij moppert: ’die klote Wilders…..altijd maar weer die klote Wilders.’ Ja, kan je hem ongelijk geven?  Aboutaleb is tenslotte niet voor niks Marokkaan!
Abou vermant zich,  veegt zijn tranen weg, snuit zijn neus en zegt (weer in zichzelf): ‘Het is nu een maal zo; ik kan er lang of kort over jeremiëren, we hebben gewoon te weinig……….en ja, dan kòmt de Sint gewoon niet, toch?’
Opeens krijgt Aboutaleb een idee: ’Okee,  ‘t is nou reteglad,’ zegt hij, ’maar zal de Sint eigenlijk wel weten hoe zeer wij wachten??’ Ik betwijfel of hij werkelijk weet hoe zeer wij hier met zijn allen op hem zitten te wachten, desnoods, tot we een ons wegen.  Want ik ben er van overtuigd, dat, als hij echt zou weten, hoe zeer wij hier in Rotterdam godverdomme (excusez le mot) op hem zitten te wachten: ja, gewis, dàn kwam hij wel. Ik kan het niet genoeg benadrukken: ja, gewìs dan kwam hij wel.’

Wat is nou voor een grote stad belangrijker, dat de auto op de doorgaande weg lekker kan doortuffen of dat de fietser over de kleine straatjes kan doortrappen? Aboutaleb kiest voor  de grote wegen; het doorgaande verkeer moet ook echt kunnen doorgaan: de tram, de bussen, de vrachtauto’s……… tsja en als die grotere wegen gepekeld zijn is de pekel opperdepop.
Jammer, maar helaas. Rotterdam was tot de Tweede Wereldoorlog de stad met de op twee na meeste kleine straatjes, zijstraatjes en steegjes in de wereld. BuenosAires was een; Lissabon twee; Rotterdam pakte destijds fraai de bronzen plak, mooi toch? In die Tweede Wereldoorlog zijn  helaas vele kleine straatjes platgebombardeerd en daardoor is Rotterdam gezakt naar de 376e plaats, een plaats die moet worden gedeeld met het Belgische stadje St. Job in het Goor.
In talloze gladde straatjes, kan nu dus door pekelgebrek niet worden gestrooid, dus ook niet gelopen of  gereden worden noch per auto noch per fiets.  Wee degenen die zich wel op de gladdigheid durven voortbewegen. Dat zijn er nog verrassend veel. De ziekenhuizen hebben het razend druk met botbreuken; de ene botbreuk na de andere wordt het hospitaal binnen gebracht. De gipsindustrie draait over uren. Ook de leverancier van de gipskleurstoffen beleeft gouden tijden. In een semipermanent werkplaatsje  op het ziekenhuisterrein kunnen werknemers van de gipskleurstoffenfabrikant  de vraag naar de meest uiteenlopende kleurtjes nauwelijks bijbenen. Vijf grote volwassen kerels zijn continu in de weer.  Zij roeren met manshoge roerijzers in ketels met een inhoud van driehonderd liter, om gips,  water, en kleurstof met elkaar te mengen. Met de name de veruit favoriete kleuren blauw en roze zijn haast niet aan te slepen voor de mannen.  
Gelukkig ben ik nu die kleine rotstraatjes voorbij en spring gewoon op de fiets richting metrostation. Daar stap ik, zonder een enkele botbreuk, in de metro richting Ommoord voor de vijfde les van de cursus "Kleine surprises, gedichten en grote suikerbeesten maken voor beginners’.
     

Geen opmerkingen:

Een reactie posten