dinsdag 26 oktober 2010

De eerste wedstrijd van het seizoen

In Spangen ben ik geboren en getogen. Spangen de wijk van de Rotterdamse voetbalclub Sparta. Tot mijn dertiende woon ik in de Spartastraat; drie hoog. Ik ben de oudste zoon, in een arm gezin dat verder bestaat uit: mijn vader (19 jaar oud bij mijn geboorte), hij is bijna nooit thuis; mijn moeder (beviel van mij toen ze 20 was) en drie zussen. Mijn zussen zijn (ook nu nog) 2, 3 en 7 jaar jonger dan ik. Ik heb ook nog een knettergekke broer, Tinus, één jaar jonger dan ik. Maar over hem wil ik het niet voorlopig even niet meer hebben.

Zeg je Spangen, dan zeg je Sparta, de voetbalclub, die zijn wedstrijden speelt in dat tot de verbeelding sprekende stadion genaamd Het Kasteel. Een voetbalstadion midden in een dichtbevolkte woonwijk…..in Engeland is dat normaal in Nederland een uitzondering.
Kijk ik uit mijn slaapkamerraam, dan zie ik ze trainen, die betaalde voetballers van Sparta. Nou ja, betaald, semi profs zijn het nog in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Verreweg de meeste voetballers verdienen een habbekrats; voetbal is een soort bijverdienste naast een andere belangrijkere baan. Clubs mogen pas vanaf 1957 voetballers gaan betalen.

Het is zondagmiddag; begin augustus 1957. Ik ben zeven jaar en loop aan de hand van mijn vader naar het Kasteel. We gaan naar een wedstrijdje kijken: Sparta – DOS (DOS = Door Oefening Sterk). Mijn vader en ik staan beiden op de jongenstribune. De goedkoopste.....dus ook twee keer drie kwartier staan. Twee kwartjes is het voor mij en voor m'n pa een gulden.
Het is de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen. Sparta heeft in de voetballoze periode (de maanden juni en juli) die aan deze wedstrijd vooraf gaat, een spectaculaire aankoop gedaan. Spectaculair, niet alleen qua geld, ook qua voetballer….deze voetballer speelde namelijk voor Volendam en nooit had iemand in het Rotterdamse verwacht, dat deze palingboer, zijn dorp zou verwisselen voor de grote stad.
Sparta wilde voor deze verdediger, Jannie Schilder genaamd, graag de portemonnee wagenwijd opentrekken….en betaalde voor de lange verdediger de lieve som van 100.000 gulden. Deze man kan niet alleen góéd voetballen, hij is ook nog een van de langste professionele voetballers ooit op de Nederlandse voetbalvelden gesignaleerd en wanneer een verdediger lengte paart aan goed spelinzicht, kan hij in feite overal terecht.

Tussen de toeschouwers die voor de wedstrijd nog een mooi plekje zoeken op de tribune, loopt een man met een bak op zijn buik; met behulp van een koord om zijn nek hangt de bak daar stabiel. Nog voor aanvang van de wedstrijd probeert de man wat van zijn waar aan de man te bengen:
‘Lekkere koetjesrepen twee voor een kwartje; gevulde koeken, Smis puttteetoosjis en roze koeken een kwartje stuk,’ roept hij. De man doet goede zaken. Ook Pa koopt wat bij de man: twee zakkies chips…. een voor hem en een voor mij.

De spelers van beide elftallen komen op het veld……tot op de dag vandaag is de traditie dat de Sparta-Mars dan weerklinkt. Alle Sparta supporters kennen het refrein en zingen dit luid en enthousiast mee:

roodwit is onze glorie
rood wit zit ons in het bloed
bij neerlaag of victorie
bij voor of tegenspoed
rood-wit gaat nooit verloren
en jaren nog hierna
zullen wij laten horen
S P A R T A

ik kan dit refrein dromen, al vanaf mijn achtste0.

Als Sparta tegen aartsrivaal Feijenoord speelt, zingen ballorige Feijenoord supporters in plaats van de bovenstaande laatste regel van het refrein oneerbiedig:

S P E R M A

Sparta doet het goed, deze wedstrijd. De tegenstander, DOS, een van de betere voetbalclubs toch in Nederland in de jaren vijftig van de vorige eeuw wordt verpletterend verslagen: 5 - 0. De (letterlijk) grote man van de wedstrijd is Jannie Schilder; hij voorkomt door zijn doortastend optreden enkele tegengoals en hij doet meer dan alleen tegenhouden, deze voetballende palingboer. Hij scoort twee keer met het hoofd uit corners op maat van oer-Spartaan Tinus Bosselaar. Een droomdebuut als het al geen ‘jongensboek’ genoemd mag worden.

De hele wedstrijd zit het zakkie chips in mijn broekzak; af en toe voel ik even of het er nog zit.
‘Voor na de wedstrijd,’ zeg ik gelijk tegen mezelf, ‘als Sparta wint eet ik mijn chippies op, dan smaakt het dubbel zo lekker.’ Als kind was ik soms al een rare.
De honderden toeschouwers, Sparta supporters voornamelijk, verlaten, blij met de overwinning, het stadion. Het lijkt vanzelf te gaan. De mensenmassa beweegt zich richting uitgang. Iets doen is onnodig. Mijn vader en ik stromen mee. Alleen bij het hek van de uitgang wordt het eng; door de stroming wordt ik zowat geplet tegen het hek. Ik hoor en voel de chippies kraken in honderdduizend stukkies maar veel erger: ik krijg bijna geen lucht meer. Gelukkig ziet pa mijn angstige blik op tijd en tilt me op. Pijn op mijn borst…duizelig.
Buiten het stadion, een beetje bekomen van de schrik, maak ik het zakje chips open. Waarschijnlijk trek ik net iets te hard, want ik houd in iedere hand een stuk plastic zak over…….alle verkruimelde chippies en dat kleine blauw zakje zout liggen op straat. In een mum van tijd zijn de chippies door honderden voetbalsupporters, op weg naar huis, vertrapt.
‘Als je nog honger hebt eet je thuis maar wat.’ snauwt pa, zoals gewoonlijk.
'Ja,...ik ga...zie je zo thuis, pa' en huppel alvast vooruit; thuis tegen ma vertellen dat ze gewonnen hebben........ik neurie als een echte overwinnaar:
'Zullen wij laten horen:
S P A R T A.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten